
Slaapapneu en rijgeschiktheid: wat geldt er in Nederland?
Medisch beoordeeld door Lotte Meereboer · BIG-nummer 19066650002
Slaapapneu en rijgeschiktheid: wat geldt er in Nederland?
Slaapapneu en rijgeschiktheid is voor veel mensen het punt waarop de diagnose pas echt binnenkomt. Niet de vermoeidheid en niet het snurken, maar de vraag: mag ik straks nog rijden? Wie voor werk of gezin van de auto afhankelijk is, voelt dat als een aanslag op de eigen zelfstandigheid.
Hieronder zetten wij uiteen wat er is geregeld en wie erover beslist. Vooraf: wij zijn een tandheelkundige praktijk, geen keuringsinstantie en geen juridisch adviseur. Wij stellen niets vast over uw rijbewijs.
Waarom het om slaperigheid gaat, niet om snurken
Het knelpunt achter het stuur is niet het geluid, maar de slaperigheid overdag. Het CBR verwoordt het zo: "Heeft u slaapapneu (OSAS)? Dan kunt u heel erg slaperig of vermoeid zijn. U kunt dan ook plotseling in slaap vallen. Dat is gevaarlijk in het verkeer, voor uzelf en anderen."
Die zorg is niet typisch Nederlands. De Europese Commissie schreef in 2014 in de overwegingen bij de richtlijn die dit onderwerp in de rijbewijswetgeving bracht: "Tal van recente studies en onderzoeken bevestigen dat het obstructieve slaapapneusyndroom een van de grootste risicofactoren is voor ongevallen met motorrijtuigen."
Herkent u dat wegzakken op een saaie snelwegrit? Dan mag dat serieus genomen worden. Welke klachten verder bij slaapapneu horen, leest u in ons artikel over de symptomen van slaapapneu; wat het met uw hart doet, in slaapapneu, hart en bloeddruk.
Wat de regelgeving zegt
De eisen staan in de bijlage bij de Regeling eisen geschiktheid 2000, paragraaf 7.3 over slaapstoornissen. Het CBR verwijst op zijn eigen pagina over slaapapneu expliciet naar paragraaf 7.3.1.
De regeling kent twee groepen. Groep 1 zijn de rijbewijzen A1, A2, A, B, B+E en T. Groep 2 zijn de grote rijbewijzen: C, C1, CE, C1E, D, D1, DE en D1E.
Voor groep 1 staat er letterlijk: "Personen met obstructief slaapapnoesyndroom (OSAS) kunnen geschikt worden verklaard als op basis van een specialistisch rapport blijkt dat gedurende ten minste twee opeenvolgende maanden adequate behandeling plaatsvindt. Onder adequate behandeling wordt in dit verband verstaan: een Apneu-Hypopneu-Index (AHI) van kleiner dan 15 per uur, beoordeeld door een specialist met ervaring op het gebied van slaapgerelateerde stoornissen."
Voor groep 2 geldt dezelfde grens, na ten minste drie opeenvolgende maanden. De geschiktheidtermijn is voor groep 1 "de eerste keer een jaar" en daarna "maximaal drie jaar" bij blijvend adequate behandeling; voor groep 2 "maximaal een jaar".
Let op wat die AHI-waarde betekent: niet uw waarde bij de diagnose, maar uw waarde tijdens de behandeling. De vraag is of de behandeling werkt, niet hoe ernstig uw slaapapneu oorspronkelijk was.
Waar de bronnen uiteenlopen
De regeling zegt nergens dat onbehandelde slaapapneu ongeschikt maakt; zij formuleert het spiegelbeeldig, namelijk dat iemand geschikt kán worden verklaard mits aan de behandelvoorwaarden is voldaan. Het CBR vertaalt dat naar gewone taal: "Als u niet behandeld wordt voor de slaapapneu, mag u niet rijden."
Twee keer het getal 15
De Nederlandse regels komen voort uit Europese regelgeving, en daar heeft hetzelfde getal een andere rol. Richtlijn 2014/85/EU omschrijft een matig obstructief slaapapneusyndroom als "15 tot 29 perioden van apneu of hypoapneu per uur" en een ernstig syndroom als "30 of meer", beide samengaand met buitensporige slaperigheid overdag.
Daar is 15 een ondergrens die de ernst aangeeft. In de Nederlandse regeling is 15 juist een bovengrens waar uw behandeling onder moet blijven. Dat verschil verklaart veel misverstanden.
De richtlijn vraagt verder om herbeoordeling met tussenpozen van ten hoogste drie jaar (groep 1) en één jaar (groep 2). Dat zijn onderzoekstermijnen; Nederland heeft ze vertaald naar de geldigheidsduur van de geschiktheid.
Moet u het doorgeven?
Hier bestaat de meeste verwarring over. Het CBR is ondubbelzinnig: "U heeft geen meldplicht. Dit betekent dat u volgens de wet niet verplicht bent om uw situatie aan ons door te geven. Ook niet als uw situatie is veranderd na het halen of verlengen van uw rijbewijs."
Daar staat wel iets tegenover. Het CBR noemt het uw eigen verantwoordelijkheid om alleen de weg op te gaan als dat veilig is, en voegt toe: "Besluit u een Gezondheidsverklaring in te vullen? Dan bent u wel verplicht deze naar waarheid in te vullen."
Op zijn slaapapneupagina klinkt het CBR wel dwingender: "Als er bij u slaapapneu is vastgesteld en u wordt minimaal 2 maanden behandeld, dan geeft u dit na deze periode van 2 maanden aan ons door." Lees dat als advies over het juiste moment, niet als wettelijke plicht.
Er is ook een financiële kant: "Dan kan uw verzekering besluiten de schade niet te vergoeden", waarschuwt het CBR over niet doorgeven. Wat uw polis bepaalt, weet alleen uw verzekeraar.
Opvallend is wat de Gezondheidsverklaring voor auto en motor precies vraagt. Vraag 13 luidt: "Moet u van de arts een CPAP/BiPAP-masker of MRA-beugel gebruiken vanwege slaapapneu?" De vraag gaat dus over uw behandeling, niet over uw diagnose.
Hoe de beoordeling verloopt
- U vult de Gezondheidsverklaring in bij het CBR.
- U ontvangt een verwijsbrief voor onderzoek bij een neuroloog of longarts.
- Die specialist stelt het specialistisch rapport op.
- Het CBR besluit, doorgaans "rijgeschikt voor een bepaalde tijd".
Over de rijtest lopen de teksten licht uiteen. Het CBR schrijft: "U hoeft geen rijtest te doen als u slaapapneu heeft." De regeling laat er wel ruimte voor als de specialist ondanks adequate behandeling blijft twijfelen. De hoofdregel is dus: geen rijtest.
Wat opvalt: de tandarts komt in dit rijtje niet voor. De beoordeling ligt bij het CBR en bij een neuroloog of longarts.
Behandeling gaat hier vóór alles
De regeling schrijft geen methode voor. Zij stelt één inhoudelijke eis: een AHI onder de 15, beoordeeld door een specialist met ervaring op het gebied van slaapgerelateerde stoornissen. Of dat met CPAP, een mondapparaat of leefstijlaanpassingen lukt, staat er niet bij.
Daarom telt vooral of u de behandeling elke nacht gebruikt. Een apparaat in de kast brengt geen AHI omlaag. Over die afweging schreven wij in MRA of CPAP bij matig-ernstige slaapapneu en in het MRA als comfortabel alternatief voor CPAP.
Helder gezegd: een MRA is een behandeloptie bij een vastgestelde diagnose, geen oplossing voor uw rijgeschiktheid. Of uw behandeling adequaat is, meet en beoordeelt de slaapspecialist, niet uw tandarts.
Wat wij bij ORAVIVUM wel en niet doen
Bij ORAVIVUM aan het Museumplein in Amsterdam maakt tandarts Lotte Meereboer mandibulaire repositie-apparaten op maat, bij een vastgestelde diagnose en in afstemming met slaapcentra, longartsen en neurologen.
Wij doen geen rijbewijskeuringen, stellen geen rijgeschiktheid vast en geven geen juridisch advies. Daarvoor gaat u naar uw huisarts, uw slaapkliniek of het CBR. Wilt u weten of een MRA bij u past? Lees meer over onze slaapapneuzorg of neem vrijblijvend contact op.
Veelgestelde vragen
Moet ik slaapapneu melden bij het CBR? Volgens het CBR bestaat er geen wettelijke meldplicht, ook niet als uw gezondheid verandert na het halen of verlengen van uw rijbewijs. Het CBR noemt het wel uw eigen verantwoordelijkheid, en wijst op gevolgen voor uw verzekering na een ongeval.
Mag ik rijden met onbehandelde slaapapneu? Het CBR stelt dat u niet mag rijden als u niet wordt behandeld. De regeling formuleert het andersom: geschiktverklaring is mogelijk nadat ten minste twee opeenvolgende maanden adequate behandeling plaatsvindt.
Kan een MRA mijn rijgeschiktheid herstellen? Een MRA is een behandeling, geen verklaring. Brengt die uw AHI onder de 15 en bevestigt een slaapspecialist dat in een rapport, dan telt dat mee in de beoordeling. Die beoordeling blijft aan het CBR en de specialist.
Volgende stap
Herkent u uw klachten in dit artikel?
Plan een intakegesprek bij ORAVIVUM in Amsterdam. Wij beoordelen uw situatie en bespreken samen of een behandeling zinvol is, zonder verplichtingen.